trein

Het liefst reis ik per eerste klas. In de tweede klas riskeer ik mijn schuldeisers tegen te komen. Toen ik de trein nam vanuit het prachtige, schreeuwerige Wenen wist ik maar al te goed wat ik moest verwachten. Zitten, vervelen, zitten en nog eens zitten. Wenen was vooral schreeuwerig omdat ik daarvoor twee weken in het prachtige hoog-laagland van Oostenrijk had doorgebracht. Na die weken rust en kabelende beekjes, vriendelijke mensen en oneindig veel Puntigamers komt alles als een voetbalrel met veel paarden en militaire eenheden op je over. Nou wil het zo dat de treinen in Oostenrijk en Duitsland aangepast zijn op de reizigers. Dit in tegenstelling tot Nederland, waarop er zelfs gecombineerde rijtuigen zijn zonder WC’s. Het raam kan ook niet open als de behoefte te groot word. In die buitenlandse treinen zit men dan ook over het algemeen comfortabeler dan in de nare gele bananen die door het Nederlandse landschappen razen.

Zo is het leven als de wachttijd op een station, zo is de treinreis als een overpeinzing van het menselijk bestaan. Na meer dan 12 uur was ik dan ook blij om weer thuis te zijn. Helaas moest ik het zonnige land verruilen voor Nederlandse droevigheid. Is het u wel eens opgevallen dat het altijd regent bij thuiskomst uit een ver oord? Al die zinloze transporturen deden mij verlangen naar lange fietstochten, waarbij ik puffend van de inspanning zou afstappen. Vermoeid wrijf ik het zweet van mijn voorhoofd, zoals een boer die de trein ziet langskomen. Ik ben weer thuis.