Foto: Ronald den Dekker

Foto: Ronald den Dekker

Het begon 3 maanden geleden met een tip van een vriend “Er komt gewoon een NK tegenwind fietsen! Jij kan ook meedoen.” Gelijk pakte ik mijn mobiel erbij, opzoek naar de NK tegenwind fietsen facebook pagina. Eenmaal gevonden werd het concept duidelijk, 3 dagen voordat er een helse wind in Zeeland voorspeld wordt komt er een inschrijving op facebook te staan om vervolgens 8,5 km over de Oosterscheldekering tegen de wind in te fietsen op een simpele (aangeleverde) herenfiets. Een crankzinnig idee, te leuk om niet mee te doen.

Op vrijdag de 13de was het ineens zover. Op facebook verscheen “We kriehen sturm”, gehaast vulde ik het aanmeld formulier in, betaalde ik de €25,- en ik hoorde erbij! Bij de 200 gekken die geld betalen om tegen de wind in te fietsen. Op 15 december om 7:30 moest ik op de Oosterscheldekering staan.

In de 2 dagen die ik had voor DE wedstrijd sloegen de zenuwen toe, hoe ga ik het aanpakken, hoe snel is de competitie, wat doe ik aan? Laat er geen onduidelijkheid over bestaan, ik deed mee om te winnen. Of ik een kans maakte? Geen idee. Maar hoe ludiek dit evenement ook was, ik wilde winnen!

Zondagochtend 5:30 ging de wekker, gehaast het meest aerodynamische pakje wat ik heb aangetrokken en in de auto gestapt naar Zeeland. In de auto werd ik wakker, in Zeeland kwam ik in de wedstrijdmodus. Vol zelfvertrouwen stapte ik de ontvangsthal bij Neeltje Jans binnen, hopelijk zit de concurrentie hoeveel vertrouwen ik heb dat ik ga winnen. Ze kunnen net zo goed gelijk opgeven. Na wat korte gesprekjes met de andere “renners” was het duidelijk, ik ben favoriet.

Minuten later werd ik met een bus naar de start gebracht, daar kon ik een fiets uitkiezen. Allemaal barrels! Maar deze, deze fiets heeft wel redelijk de juiste maat voor die gigantische benen van mij. Gelijk even wat rondjes fietsen hier om die zelfde benen op te warmen. 9.43 was mijn starttijd, ik zorgde dat ik er 3 minuten van te voren stond. En terwijl ik de muziek op mijn telefoon aanzette voor de concentratie vertelde een official dat de snelste tijd op 18 minuten en 33 seconden stond, een snelle tijd.

5, 4, 3, 2, 1, succes! En met alles wat ik had werd mijn barrel op snelheid gebracht. Dit is kut! Er is niet eens zoveel wind en ik ga HE-LE-MAAL kapot. Het bordje “2 KM” is inzicht en ik ga stuk, mijn baard is inmiddels veranderd in een combinatie van snot, slijm, haren en een paar vliegjes. Ik zie de concurrent die voor mij startte langzaam wegrijden en al iemand inhalen. Ik ga niet winnen, is het dan nu al klaar? Bij 3 km haal ik dan toch iemand in, nu pas.. Bij 4 km wordt het ineens tricky, een combinatie van bochten met hoogte verschil om de pijlers en hekken heen. Gelijk kwam het motto “blijven trappen!” in mijn hoofd, ruime lijnen rijden en blijven trappen. Je zit al weer dicht bij een voorganger en die MOET gepakt worden. Net voorbij de 5 km is het weer tijd om in te halen, het moment dat ik uit zijn kielzog stuur en er voorbij trap is echt een morele boost. Ineens voel ik me top, doet het snot in de snor er niet meer toe, ik ga hard! Nog een keer aanzetten, beentempo omhoog en gaan, het is tenslotte nog maar 3 km. Als ik weer even voor me kijk komt de volgende pijler er aan. Het komt weer even aan op mijn stuurmanskunsten en die heb ik! Die bochten gingen perfect, maar nu even een stukje omhoog. HARDER! HARDER! Op dat moment was ik niet meer kapot te krijgen, ging ik dan toch winnen? Voor me was het leeg. Geen andere renner meer inzicht, alleen daar in de verte de finish. Ok, de laatste 500 meter wordt een sprint. Alles eruit, tanden kapot bijten en over die finish! 3 meter voor de finish wordt duidelijk dat de finish in een bocht ligt en ik zet een noodbocht in, wat een dom idee om van de finish een bocht te maken.

Nu de tijd, 20:51, kansloos (bleek plek 31 te zijn)! Niet eens in de buurt van de snelste tijd. Ik had helemaal geen zin om met andere renners de wedstrijd te bespreken en deed net alsof ik de vraag “hoe ging het bij jou?” niet hoorde, ik ben enorm chagrijnig. Een busje bracht me terug naar de parkeerplaats. Al mijn spullen gepakt, in de auto gestapt, naar huis. De rest van de dag heb ik met niemand meer gesproken, ik heb gefaald.

Jaap In de Betouw