kasseien promised land

Het is zes uur ’s ochtends. Ik word wakker van een onbekend geluid. Gezoem en gepiep met als gevolg een fel licht wat aanspringt. Beduusd wordt ik wakker en wrijf de slaapjes uit mijn ogen. Ik ben niet thuis en mijn buurman heeft zijn wekker verdomd vroeg gezet. Ineens weet ik het weer: het is koers!

Klak op de kop, koersbroek en mijn nieuwe wielershirt aan. Vervolgens de kwestie wel of geen been- en of armstukken en hop de trap af van ons gigantische afgehuurde villa in de Vlaamse Ardennen. Eenmaal beneden komt er een walm van spek- en eigeur mijn neus binnen. Allez mannen, het is koers!

Tijd voor zo veel mogelijk eten naar binnen stouwen. Mijn maag vullen als een echte flandrien, die kasseien als ontbijt eten. En oh ja, er staat nog een halve liter zelf gemaakt bietensap, heerlijk zo vroeg in de morgen. Maar stouwen en ‘rule number 5‘ dat is hier de boodschap. Het is namelijk koers.

Opstappen aan de startlijn, jasje aan of jasje uit? Het is best nog fris eigenlijk en ik voel de benen nog van ons verkenningsritje van de vorige dag. Gaat het nog regenen? Vast niet, jasje uit dus, als ik het koud krijg moet ik maar harder fietsen. Het is tijd voor koers.

De eerste kasseienstrook vangt aan. Er zijn mensen om mij heen die beginnen te demarreren, maar ook die in hun remmen knijpen. Snel besluit ik maar dat ik bij die eerste groep mensen wil horen en schakel in een zwaarder verzet om te gaan vlammen. Wow, dit is zwaarder dan verwacht. De wereld om mij heen schud alsof er een aardbeving is, daarnaast doet mijn fiets erg zijn best om af te remmen. Wat is dit? Dit is koers!

Mijn vullingen zijn getest, ze zitten er nog in. Maar mijn voorderailleur is minder blij, net als al die fietsonderdelen die ik onderweg tegen kwam op de strook overigens. Ik moet de rest op het grote mes doen heeft mijn voorderailleur besloten. Zucht, er komt nog zoveel kasseienklimmen aan en sommige daarvan met een stijgingspercentage van meer dan twintig procent. Okée, niet nadenken, dit is dus blijkbaar wat ze bedoelen met een harde koers.

Een cadans van twintig per minuut, zo voelt deze klim, ik hijg alsof ik een dag zonder water in de Sahara heb rondgelopen. Afstappen is geen optie, heroïsch vertellen dat ik omhoog kwam met mijn buitenblad wel. Vijftig tanden overigens, zo boeiend is het nou ook weer niet, maar toch, ik voel mij een klein beetje flandrien. Koersen moet pijn doen.

Nog dertig kilometer te gaan. Het vet is van de soep. De jus is op. Een eetpost, kijken of ik hier nog wat mee kan. Mijn moraal heeft een dieptepunt bereikt. Ik wil een fiets die werkt. Mijn ros die ik zorgvuldig inelkaar gesleuteld heb zou niet misstaan in een reclamespotje van de dierenbescherming. Gelukkig hebben wij daar de mechanieker. Deze man gaat mij moraal geven en mijn fietsje weer in de watten leggen. In enkele minuten is hij klaar en is mijn derailleur weer de oude. Die laatste dertig kilometer koers.

Ik heb vleugels! Schakelen hop. Binnenblad, buitenblad, binnenblad en buitenblad. Even denk ik, die laatste twee heuvels pak ik gewoon ook op mijn buitenblad, gewoon omdat ik het kan. Heuvel één: De Oude Kwaremont. Is dit nou de Oude Kwaremont, tssss, buitenblad! Heuvel twee: De Paterberg. Ok dan, laat ik dan die tanden van mijn kleine mes ook maar eens goed vies maken. Hop naar boven. Wat is dit een prachtige koers!

Vlammen naar de finish. Afdaling als een echte Sagan in aero positie naar beneden denderen. Het is bijna voorbij en ik wil solo over de finish komen. Maar elke keer als ik een groepje inhaal, kom ik weer achter een andere groep, die ook maar weer inhalen dan. Het moet over zijn en ik wil alleen over die finish. Waarom? Geen idee. De illusie van het overwinnen van de koers.

Gefinished, zoeken naar mijn maten. Bier ontvangen en sterke verhalen vertellen. Allez mannen, HET IS KOERS!