DSC02806

Het is hoogzomer. Het is heerlijk weer voor IJsland. Dertien graden Celcius en de zon schijnt. In Nederland noemen we de wind gekscherend “The Dutch Mountains”. De wind hier in Ijsland is vele malen sterker. De wind snijdt, is koud en blaast direct vanaf de 30 kilometer verderop gelegen Noordpool het bijna onbegroeide eiland over.

Ik zit in een koekblik, veilig beschut tegen de elementen. De echte bikkels (of zijn het gekken?) zijn de fietsers in IJsland. Ze rijden over de grote weg met een gangetje van vijfentwintig kilometer per uur. Vaak solo, vechtend tegen de ‘Icelandic Mountains’, ofwel wind, glooiing en nul beschutting. Op hun world traveler fietsjes, zonder helm en sjaal om hun hoofd. Bepakt en bezakt opzoek naar een camping. Waar ze lekker onder nul kunnen kamperen.

Wat bezielt deze mensen? Een rondje IJsland is ongeveer vijftienhonderd kilometer, waarvan geen kilometer het makkelijk fietsen is. Niemand die ik voorbij zoef in mijn vierwieler kijkt blij. Dit is geen lol, dit is pure ernst! En toch, toch ben ik jaloers deze mensen. Zij wel… Ik rij hier een week, maar hoe lang gaan zij ‘genieten’ van dit prachtige landschap? Hoe kijken zij terug op hun ‘vakantie’? Welke epische verhalen hebben zij achteraf te vertellen? En staat dit in schraal contrast met mijn verhaal?

Één manier om hier achter te komen. Misschien als ik een grijze baard heb en oud genoeg ben om een bandana om te doen keer ik terug. Bepakt en bezakt op mijn world traveler bike.

En dan heb je nog de echte gekken: