koud

In de winter heb ik chronisch last van koude handen. Voor een dagelijkse fietser is dat op zijn zachtst gezegd onhandig. Zodra de herfst zijn intrede doet beginnen bij mij de zenuwen al voor de winter.

Ik hoef elke dag maar twee keer twintig minuten door de stad, maar na vijf minuten is het al niet meer uit te houden. Ondanks alle mogelijke combinaties van handschoenen. Jarenlang experimenteren heeft er toe geleid dat ik weet dat mijn handen in mijn achterzak het best warm blijven. Of in elke geval niet kouder worden. Lekker dicht tegen de bilspieren aan die aan het werk zijn.

Maar er is licht aan het einde van de tunnel. Na een tochtje bij -1 (wie begint daar in vredesnaam aan als een kwartiertje al afzien is?) is er een vonkje ontstaan. Na een pijnlijke eerste twee uur leek het laatste uur best goed te gaan. Ineens was daar de link met andere buitensporten waar mijn handen helemaal geen probleem vormen. Weliswaar zijn ze daar niet constant blootgesteld aan wind en de luchtstroom van het fietsen, maar daarbij zijn mijn handen ook echt warm. Er smeult een Eureka in mijn hersenpan. Kennelijk krijg ik de eerste twee uur mijn hele lichaam simpelweg niet warm genoeg om ook mijn vingers warm te krijgen.

Nu de temperatuur ‘s ochtends vroeg rond het vriespunt ligt heb ik mooi de kans om mijn theorie te testen. Als u de komende week in Den Haag iemand al fietsend met zijn hele lichaam ziet schudden, schrik dan niet. Ik probeer gewoon mijn vingers warm te krijgen.